Evenement

Journalistiek is een snel vak, des te belangrijker af en toe pas op de plaats te maken

Tijdens het Nederlands Journalistiek Festival op 18 en 19 september in Deventer organiseerde het Fonds BJP het Panelgesprek: Aan de slag met intervisie en Tijd voor reflectie: een wandelintervisie voor journalisten. Lees hier over de onderwerpen en inzichten die ter sprake kwamen.

22 september 2026
22 september 2026

‘Iedereen heeft ervan gehoord, maar bijna niemand heeft het gedaan.’ Het is tien uur ‘s ochtends als Rowan Blijd het gesprek in de weelderige Rococozaal in Deventer aftrapt. ‘Hoe zouden jullie intervisie omschrijven?’, vraagt ze het vijfkoppig panel. ‘Van tijd tot tijd met vakgenoten reflecteren op waar je tegenaan loopt’, wordt er gezegd. Maar zo eenvoudig als deze omschrijving, zo lastig blijkt het om het ook daadwerkelijk te doen. Timon Ramaker, lector journalistiek aan de Hogeschool Ede zegt hierover: ‘Ik zie veel druk bij studenten en journalisten. Intervisie zou hier een nuttige rol kunnen spelen, maar is nog steeds relatief onbekend terrein in de journalistiek. In allerlei andere sectoren is het veel gangbaarder; soms zelfs verplicht. Waarom is dat? Intervisie is zo’n mooie tool om de mentale ruimte te bewaren die nodig om is je werk goed te doen en te kunnen innoveren.’ Sophie van Oostvoorn van Club Pino beaamt dat intervisie zorgt voor ruimte in je hoofd, maar dat het een wat stoffig imago heeft. Intervisiesessies die zijzelf eerder organiseerde bewezen echter het tegendeel. ‘Het waren open en eerlijke ontmoetingen, waarvan ik nog steeds kippenvel krijg.’

Intervisie, of peer support kan een groot verschil maken voor de mentale veerkracht van journalisten. Daar is het panel het over eens. Onderzoeker Renske Roodenburg voegt daar nog aan toe dat ook uit meerdere internationale onderzoeken blijkt dat herkenning en begrip van collega’s veel kan betekenen voor de mentale gezondheid van journalisten. Dat het dan toch zo weinig gebeurt is dus eigenlijk vreemd. Vooral als je bedenkt dat er niet veel meer voor nodig is dan een beetje tijd en een aantal vakgenoten.

v.l.n.r. Chris Helt (hoofdredacteur Villamedia),Renske Roodenburg (onderzoeker Chr Hogeschool Ede), Mance Spoorenberg (Fonds BJP), Timon Ramaker (lector journalistiek, Chr Hogeschool Ede), Sophie van Oostvoorn (Club Pino) en Rowan Blijd (moderator, vice-voorzitter NVJ) ©Fonds BJP/Isaac Owusu

Chris Helt vertelt over het Villamedia-project Zelf in Zicht dat vorig jaar gelanceerd werd. ‘We gingen onder andere in gesprek met mediaorganisaties over hoe ze hun intervisie hadden ingericht. En wat bleek? Er wordt vooral gereflecteerd op fouten. Maar dat is niet de bedoeling van intervisie. Je moet juist ook kijken naar dingen die wél goed gaan.’ De vindingen zijn aanleiding voor Villamedia om te kijken naar programma’s op maat, toegespitst op het type organisatie en de functies van de betrokkenen. ‘Want’, vervolgt Helt, ‘gelijkwaardigheid is cruciaal waar het intervisie betreft. Beoordelings- of planningsgesprekken met een leidinggevende zijn geen intervisie.’

Ramaker beaamt dit. ‘Intervisie heeft drie belangrijke kenmerken: Gelijkwaardigheid, inbreng vanuit eigen ervaring en structuur.’ Dat betekent volgens hem dat er geen afhankelijkheidsrelatie zou moeten zijn tussen de betrokkenen en dat de gesprekken bij voorkeur in kleine groepen plaatsvinden. De inbreng van de deelnemers moet voortkomen uit daadwerkelijk beleefde ervaringen en geen algemene vraagstukken betreffen. Wat de structuur betreft is het van belang dat er van tevoren bepaalde gespreksregels worden afgesproken. Daar zijn meerdere methodieken voor. ‘Maar volg die vooral niet te rigide. De aanpak moet wel passen binnen de cultuur van de organisatie of de journalistieke mores. Wees realistisch en kijk gewoon wat werkt.’

Mance Spoorenberg van Fonds BJP heeft regelmatig te maken met trainees die de mentale belasting als hoog ervaren. Zaken als werkdruk, financiële onzekerheid of het gevoel er alleen voor te staan, leveren stress op. ‘Vooralsnog richt het fonds zich vooral op vakinhoudelijke trainingen, maar we zijn aan het kijken of wij hier ook een rol in kunnen spelen. De uitdaging is om intervisie een vast onderdeel van het journalistieke werk te maken en het laagdrempelig te houden; het moet geen therapie worden!’

Intervisie vraagt om bewustwording en een cultuurverandering. Hier ziet Ramaker een belangrijke taak voor leidinggevenden. Zij kunnen ervoor zorgen dat op een redactie een cultuur ontstaat waar ruimte is voor dit soort gesprekken. ‘Journalistiek is een snel vak. We gaan maar door, des te belangrijker af en toe pas op de plaats te maken.’ Dat intervisie een normaal onderdeel van de journalistieke praktijk zou moeten worden, daar is het volledige panel het over eens. Maar ook dat hier nog veel te winnen is. In Van Oostvoorns ervaring staan freelancers er in het algemeen meer voor open dan journalisten in vaste dienst. Ook iets om rekening mee te houden.

Maar bij wie ligt de taak om intervisie meer bekendheid te geven en te integreren in de journalistieke praktijk? Blijd ziet hier een rol weggelegd voor de NVJ. Voor eerdere initiatieven op het gebied van intervisie bleek echter vaak relatief weinig animo. Dat kwam deels door onduidelijkheid over wat men kon verwachten. Volgens Ramaker is er ook een banaler reden: het kost geld. En dat kan een flinke drempel zijn. ‘Maar je zou geen 350 euro hoeven te lappen om een gesprek aan te gaan met elkaar aan de hand van een paar goede tips en kaders.’

Dat het helemaal niet moeilijk is om aan de slag te gaan met intervisie blijkt al snel. Blijd vraagt de zaal in groepjes van twee in gesprek te gaan. Als tip geeft ze hierbij mee om vragen duidelijk te formuleren en specifiek te maken. Bijvoorbeeld: ‘hoe zeg ik nee zonder schuldgevoel’. Als ontvanger reageer je in eerste instantie alleen met vragen om het issue duidelijk te krijgen. Pas daarna ga je over tot advies. Het blijkt te werken. Er volgen geanimeerde tweegesprekken. Als Blijd aan het einde van de sessie vraagt wat er is opgestoken volgen meteen al mooie inzichten.

Zo geeft een deelnemer aan bezig te zijn met intervisie op haar redactie, maar regelmatig aan te lopen tegen collega’s die zeggen niets te hebben met dat ‘softe gedoe’ en die het maar zonde van hun tijd vinden. Hoe betrek je hen er ook bij?  De eerdere gedachtewisseling van vijftien minuten had al meteen een handvat opgeleverd: maak duidelijk dat intervisie twee kanten op werkt en dat je dus ook iets voor een ander kunt betekenen. Je komt bij intervisie niet alleen iets halen, maar ook iets brengen. ‘Maar houd het wel vrijwillig’, relativeert Ramaker. ‘Begin met mensen die echt willen, dan groeit het vanzelf.’

De sessie eindigt met een wandeling door Deventer. Iedereen die wil, kan rustig lopend ongedwongen en laagdrempelig met elkaar in gesprek. Want zo eenvoudig is het dus om aan de slag te gaan met intervisie.